Iriscopie

Iriscopie (iris = regenboog, skopein = doorzoeken) is een vorm van diagnostiek die het mogelijk maakt pathologische en functionele stoornissen in het menselijk lichaam te herkennen door abnormale vlekken, lijnen en verkleuringen in de iris (regenboogvlies) van het oog. Het is een methode om inzicht te krijgen in je conditie. De iris geeft informatie over de aanleg van iemand, waarmee wordt bedoeld het totaal van de sterke en minder sterke kenmerken van een individu. De gekleurde ring om de pupil (de iris) is als het ware een landkaart waarop de organen uit het lichaam gerepresenteerd worden. Ieder gebied is terug te zien in het oog, bijvoorbeeld de luchtwegen, nieren, lever, spijsvertering en de huid. Tekentjes zoals pigment op de plek van een orgaan vertelt iets over de fysieke situatie of de emotionele betekenis van dat orgaan. Ook de kleur en het dradenpatroon van de iris bepaalt welke lichamelijke gesteldheid (constitutie) je hebt en welke leefwijze daar het beste bij past. Ziektes kunnen we niet zien, maar wel de plekken waar afvalstoffen zijn opgeslagen. In de natuurgeneeskunde gaan we er van uit dat ziekte ontstaat, doordat het lichaam minder goed in staat is om zichzelf voldoende te reinigen of de persoon minder goed in staat is om dingen los te laten. De afvalstoffen die vastgehouden worden, kunnen voor allerlei klachten zorgen. Door aan reiniging van afvalstoffen (preventieve) aandacht te geven, is het mogelijk om gezondheidsklachten te verhelpen of te voorkomen.

Kracht van het individu

De iris laat zien waar de sterke eigenschappen liggen en waar de kwetsbaarheden. Met iriscopie kijken we hoe iemand in het leven staat, wat de valkuilen zijn en wat de kracht is van het individu.

Welke constitutie heb jij?

  • Lymfatisch
  • Deze kenmerkt zich door een blauwgrijze iris met vrij dikke, straalvormig verlopende vezels, die er uitzien als bij vochtig haar dat met een grove kam is gekamd. Het lymfatische type bezit een verhoogde gevoeligheid voor slijmvliesaandoeningen van maag/darmkanaal en longen. De lymfklieren zijn vaak hard aan het werk om het lichaam te reinigen.

  • Neurogeen
  • De iriskleur is hierbij blauwgrijs zoals bij het vorige type, maar met fijnere radiairen. Het neurogene type heeft aanleg voor stoornissen van het centrale en sympathische zenuwstelsel. Dit kan zich onder andere uiten in nervositeit, allergieën, hoofdpijn en migraine.

  • Hydrogeen
  • Dit vormt de derde hoofdgroep en heeft een waterblauwe iris. De radiairen zijn grof van structuur, vooral in de sector van het gestoorde orgaan. Als specifiek teken hierbij een verspreiding van kleine witte vlekjes die lijken op sneeuwvlokjes. Dit is de constitutie met speciale aanleg voor verzuringsprocessen zoals: reuma, jicht, eczeem en aandoeningen van nieren en blaas.

  • Biliair
  • Hierin is geen van de voorgaande structuren karakteristiek. De meeste bruine en bruingroene ogen vallen in deze groep. Ook hier vindt men soms enige versluiering van de iris. Dit type dient beschouwd te worden als een voorstadium van het hematogene type.

  • Haematogeen
  • Deze kenmerkt zich door een versluiering, een ‘Überschmierung’ van de oorspronkelijke grondstructuur. Het lijkt alsof er een laagje pigment over het oog is uitgesmeerd, zodat de radiairen niet meer afzonderlijk te onderscheiden zijn. Meestal is er sprake van een groenbruine iris, hoewel dit niet noodzakelijk is. De hematogene constitutie bezit aanleg voor ziekten van het bloed en stofwisselingsziekten.

    Hier lees je de blog van Nicolien Brzesowsky en haar ervaring met iriscopie bij Praktijk Oud Zuid.